Vrijheid zonder vakantie

De zomervakantie staat voor de deur. Of misschien is die bij jou inmiddels al vol binnengedenderd. Voor de meesten een periode waarnaar uitgekeken wordt. Een periode van rust, afstand nemen, ontspannen dingen doen, tijd met geliefde doorbrengen, enzovoorts.

Wat zijn we er aan toe met z’n allen. We hebben de break komende zomer dan ook echt wel dik verdiend. Wat was het weer een seizoen.

Hard werken op school, de druk van de studie en examens. Of je carrière, allemaal deadlines, je altijd moeten blijven ontwikkelen – want stilstaan is het nieuwe achteruitgaan. En dan nog al die dingen ernaast. Je kinderen die moeten sporten, maar een muziekinstrument of zang en dans is net zo belangrijk. En de zwemles natuurlijk. Daarnaast moet je maatschappelijk ook nog een beetje betrokkenheid tonen, dus ook op de club of voor een goed doel ben je afgelopen seizoen druk geweest.

Als je het allemaal zo opnoemt, zie je misschien ook wel in dat het eigenlijk een gekkenhuis is.

Maar zit het systeem nou eenmaal niet zo in elkaar?

Een paar weken terug las ik het boek “Leven na de genadeklap” van Arie de Rover. Een boek over de werkelijke betekenis van genade, waarin Arie je de volledige waarde van genade wil laten inzien – voor zover dat voor ons mogelijk is denk ik.

Vrij aan het begin van het boek stelt Arie dat we leven in een gevangenis. Het zou heel goed kunnen dat jouw eerste reactie hierop is dat je ontkent dat dit voor jou geldt. Want je bent toch gelukkig en je hebt het goed voor elkaar? Dus hoezo gevangenschap?

De gevangenschap waar het om draait, heeft alles te maken met de transactionele wereld waarin we leven. Het ‘voor wat hoort wat’. Volgens mij zijn we bijna allemaal op zoek naar erkenning en waardering. Die krijgen we alleen als we er ook iets voor geven. Het is voorwaardelijk.

Goede cijfers krijg je bij goede inzet. Als je je aan de regels houdt, ontvang je een beloning of in ieder geval geen straf. Hard lopen voor de baas loont, want er volgt een dikke bonus of extra salaris. Veel sporten zorgt voor een killer-body. En zo werkt het met alles. Ga maar eens na. Niets komt zomaar.

We zijn helemaal vertrouwd met dit systeem. Misschien geeft het ons ook wel een veilig gevoel. Het geeft ons immers het idee dat we het kunnen managen. In ieder geval een heel groot deel ervan. We kunnen onze eigen inzet bepalen. Hoeveel energie en moeite we ergens in stoppen.

Toch blijven we een gevangene. We moeten blijven leveren om te blijven ontvangen. Als je niet meer ontvangt, stop je met leveren. En andersom natuurlijk ook.

Daarnaast komen we erachter dat in onze gevangenis niet alles te managen is. Een baas kan bepalen dat je boventallig bent. Je lichaam kan ineens ziek worden. Mentaal kan je vastlopen. Kortom, hoeveel jij ook levert, het garandeert niet dat je ook blijft ontvangen.

Een beeld dat uit het boek bij mij is blijven hangen, is het beeld van een kind in de baarmoeder. Ook het kind zit in een soort gevangenschap (het vergelijk gaat natuurlijk niet helemaal op). Daarbinnen is het eraan gewend zuurstof en voeding via de moeder te krijgen. De placenta en de navelstreng voorzien in wat nodig is.

Het kent de wereld daarbuiten niet en het heeft het prima naar zijn zin. Alles is geregeld. Toch zal het, om tot volle bloei te komen, de baarmoeder moeten verlaten.

In de baarmoeder werken de longen van het kind nog niet. Die zitten vol met vruchtwater. Zuurstof komt via de navelstreng. Het hart is er tijdens deze periode nog op aangepast om op deze manier te werken. Er is zelfs een speciale weg voor aangelegd (echt waar).

Dan begint de bevalling – een weg van zuurstof via de navelstreng naar zelf ademen. Een weg naar vrijheid. Direct na de geboorte starten de longen met zuurstof binnenhalen. Op dat moment krijgt het hart een signaal dat de speciaal aangelegde weg kan worden afgesloten, en dat het bloed voortaan via de longen zal gaan (hoe bijzonder is dit?).

Er vindt letterlijk een hartsverandering plaats wanneer een kind van gevangenschap naar vrijheid gaat.

Dat is geen makkelijke weg. Het kind kiest er ook niet zelf voor. Het is een crisis. Na de crisis is het kind wel vrij. Vrij om zelf te ademen. Niet meer afhankelijk van de moeder.

Misschien lijkt die vrijheid in eerste instantie juist onzeker. Want als je gewend bent je waarde te ontlenen aan wat je doet, bereikt of bezit, voelt genade bijna onnatuurlijk.

Toch ligt juist daar de vrijheid: je hoeft je waarde niet meer te verdienen, omdat die je al gegeven is.

God heeft jou het leven gegeven. Jouw identiteit is allereerst dat je een geliefde en waardevolle schepping van God bent. Hij erkent je en waardeert je. En daar hoef je helemaal niks voor te doen – genade.

Misschien is er een flinke hartsverandering nodig om uit de vertrouwde gevangenschap te stappen. Om jouw erkenning en waardering niet meer te halen uit je status die je verwerft met je uiterlijk, sportieve prestaties, je carrière of je aantal volgers. Om niet meer je zekerheid en betekenis te gaan baseren op jouw status, macht, bezit, geld, seks, eten en drinken. Om daar niet meer afhankelijk van te zijn.

Waar haal jij je waardering en erkenning vandaan?

Jij bent Gods kind. Door Hem gemaakt. Zijn waardevolle en geliefde kind.

Dat is jouw identiteit. En niets kan daar ooit iets aan afdoen.

Dat is genade.

Dat is vrijheid.

 

Ik wens je een mooie zomer!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.